Als gedwongen spreiding van leerlingen niet lukt, moeten scholen met relatief veel ‘overbelaste’ leerlingen extra geld krijgen. „In extreme nood” moeten rijksscholen worden opgericht voor probleemjongeren.
Dit staat in een rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) over vroegtijdig schoolverlaten. Het wordt vandaag aangeboden aan staatssecretaris Marja van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA). Het rapport richt zich op vmbo en mbo waar relatief veel ‘overbelaste’ jongeren zijn. Door deze concentratie verergeren de problemen van deze jongeren, zegt de WRR.
Het rapport werd geschreven onder voorzitterschap van oud-minister van VROM Pieter Winsemius. Hij vindt dat ook op de basisscholen kansarme leerlingen gespreid zouden moeten worden, zo zegt hij vandaag in een toelichting op het rapport. Artikel 23, over de vrijheid van onderwijs, staat gedwongen spreiding in de weg, zo is de heersende mening. Maar die opvatting is onjuist, zo staat in het rapport.
De WRR adviseert dat „regiogemeenten” „doorzettingsmacht” krijgen om scholen te dwingen mee te werken aan spreiding. Bijvoorbeeld via zeggenschap over een deel van het budget.
In het rapport staat verder dat scholen meer moeten samenwerken met de buurt, maatschappelijk en jeugdwerk, ouders en politie om probleemjongeren binnenboord te houden. Winsemius schat dat het er 20.000 tot 25.000 zijn. Ook moeten docenten meer ‘vader en moeder’ voor probleemleerlingen zijn en hun structuur en verbondenheid bieden. Het kabinet zette onlangs beleid in dat scholen juist niet moeten worden overladen met maatschappelijke doelstellingen.
De WRR stelt ook dat de in 2008 verlengde leerplicht naar 18 jaar voor probleemjongeren onwenselijk is. Ook moeten leerlingen vaker kunnen doubleren op het vmbo. Nu is dat één keer. Het kabinet reageert dit voorjaar.
In 2006-2007 verlieten ruim 50.000 jongeren van 12 tot 22 jaar de school zonder diploma op minimaal mbo II niveau. Het kabinet streeft naar 35.000 in 2010.
NRC Handelsblad
26-1-09'

0 reacties:
Een reactie posten