Onderzoek naar affaire neuroloog

vrijdag 30 januari 2009

ARNHEM - Minister Klink van Volksgezondheid laat onderzoeken hoe de Inspectie, het ziekenhuis Medisch Spectrum Twente en het Openbaar Ministerie hebben gehandeld toen in 2001 duidelijk werd dat oud-neuroloog Ernst Jansen Steur verkeerde diagnosen stelde en verkeerde medicijnen voorschreef in het ziekenhuis in Enschede. Op 10 februari moet die informatie boven tafel zijn.

Uit een twintigtal telefoonnotities, brieven en gespreksverslagen die in het bezit zijn van het radioprogramma Villa VPRO bleek maandag dat de Inspectie al in 2001 op de hoogte was van de blunders van de verslaafde medicus. De Inspectie heeft zich net als het ziekenhuis en het OM vooral op de neuroloog zelf geconcentreerd, en niet op de gevolgen voor zijn patiënten.

De misstanden rondom Jansen Steur werden vorige week openbaar toen bleek dat de neuroloog na zijn ontslag bij het ziekenhuis in Enschede gewoon weer in een Duits ziekenhuis aan het werk was. Hij werd in 2004 in Twente buiten de deur gezet wegens ernstig medisch wanbeleid. Hij leed in die jaren aan een medicijnverslaving. Yme Drost, die met zijn letselschadebureau gedupeerden juridische bijstand verleent, heeft vrijdag aangifte gedaan op verzoek van twintig patiënten. Hij kreeg in totaal negentig meldingen.

Uit het dossier blijkt dat de inspectie wist dat de neuroloog rommelde met recepten voor zijn verslaving, onjuiste diagnosen stelde en een slechte administratie bijhield van zijn patiënten. In 2001 lagen er twee klachten van patiënten die ten onrechte te horen hadden gekregen dat ze aan MS of de ziekte van Alzheimer zouden lijden.

Niet het ziekenhuis heeft de fouten van de neuroloog bij de Inspectie gemeld, zoals toenmalig directielid Tom Zijlstra vorige week zei, maar de Inspectie heeft in maart 2004 zelf initiatief genomen door navraag te doen, naar aanleiding van een vraag van een Telegraaf-journalist over de ontslagprocedure voor de neuroloog.

Na zijn ontslag had de Inspectie een gesprek met de neuroloog over het verder uitoefenen van zijn beroep. Jansen Steur informeerde de Inspectie toen over zijn verslaving. Hij zegt na een auto-ongeluk en privéproblemen verslaafd te zijn geraakt aan Dormicum (een kalmeringsmiddel dat patiënten onder meer voor een operatie wordt toegediend.

Ten tijde van het gesprek, in mei 2004 in Arnhem, was hij clean, maar hij had zes tot zeven pillen per dag geslikt. Volgens Jansen Steur werd over de zaak te veel ophef gemaakt. Er waren negen tot tien patiënten met klachten, maar dat waren volgens hem incidenten zoals elke arts die heeft.

De Inspectie vond dat de neuroloog de zaken bagatelliseerde en raadde hem aan definitief te stoppen met zijn werk. Janssen Steur was bereid zich tijdelijk bij het medische BIG-register (databank voor officieel erkende gezondheidwerkers) uit te laten schrijven, maar wilde graag weer aan het werk, bijvoorbeeld als arts in een privé-kliniek.

De Inspectie zou met zijn psycholoog en psychiater spreken, zo was de afspraak, en zou hem door een onafhankelijke psychiater laten onderzoeken. Janssen Steur heeft zijn handtekening gezet onder deze bindende voorwaarden. De Inspectie heeft deze gesprekken gevoerd en dit onderzoek laten uitvoeren, maar of de neuroloog daarna weer aan het werk mocht, is onduidelijk. Ook heeft de Inspectie de zaak anoniem voorgelegd aan het Openbaar Ministerie. Omdat de neuroloog geen vervalste recepten meer uitschreef, hield de zaak voor het OM op, aldus de officier van justitie.

Volkskrant
28-01-09'

0 reacties: