‘Slechte en wisselende hulp thuiszorg’

vrijdag 13 februari 2009

UTRECHT - Slechte communicatie, minder hulp dan waarop men recht heeft, wisselende hulp, slechte hulp: het is een greep uit de hoofdstukken van het Thuiszorg Zwartboek dat de SP gisteren overhandigde aan de Utrechtse gemeenteraad.

Conclusie: sinds de invoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) is de kwaliteit van de thuiszorg voor veel mensen achteruit gegaan. Het Meldpunt Thuiszorg Utrecht van de SP sprak vorig jaar met 128cliënten.

Het meldpunt werd opgericht naar aanleiding van de invoering van de WMO. De gemeente Utrecht is sindsdien verantwoordelijk voor onder andere huishoudelijke hulp en besteedde de thuiszorg per 1 januari 2008 aan bij vijf verschillende thuiszorgorganisaties.

Bij het meldpunt werd het meest geklaagd over de verschillende gezichten die cliënten sindsdien over de vloer krijgen, fouten in de administratie en klachten die niet worden opgelost.

Volgens Gonnie Oosterbaan, SP-woordvoerder, klopt het beeld van de gemeente over de thuiszorg, niet. ,,Een WMO-projectleider van de gemeente zei: ‘Wat maakt het nou uit wie je keukenkastjes schoonmaakt?’ Nou, dat maakt wel degelijk uit. Met een vaste hulp kan iemand een vertrouwensband opbouwen. De thuiszorg kan de cliënt in de gaten houden en doorgeven als het niet goed gaat. De hulp moet de ogen en oren van andere zorgverleners kunnen zijn.’’

Sommige cliënten verloren hun vaste hulp na 1 januari 2008, omdat zij thuiszorg via een nieuwe organisatie kregen. Ze kregen niet altijd een vaste hulp terug. Oosterbaan wijt dat aan het tarief dat de gemeente de thuiszorgorganisaties betaalt: ,,Vergeleken met andere gemeenten doet Utrecht het best goed, maar het is te laag om voldoende vaste mensen in dienst te hebben.’’

Als ervaringsdeskundige kent cliënt Marian Harkema (40) het belang van een vaste hulp. ,,De wisselende hulp is fnuikend voor mijn gezondheid. Ik krijg thuiszorg op maandag en vrijdag en zie elke keer een ander. Dat kost niet alleen tijd, omdat ik telkens alles moet uitleggen. Het kost me ook vreselijk veel energie: ik loop slecht en ben gauw moe, maar móet meelopen. Ik ben bijna wanhopig.’’

Voor haar huishouden is Harkema volledig afhankelijk van de thuishulp. ,,Maar soms wordt er op het laatste moment afgebeld. De helft van de tijd moet ik bellen om te vragen of er al iemand voor mij ingeroosterd is. Ik snap dat een thuiszorgorganisatie personeelstekorten heeft, maar zij begrijpt echt niet welke gevolgen dat voor mij heeft. Moet ik dan mijn 65-jarige moeder inschakelen? Ik heb het gevoel dat ik zelfstandig kan leven óndanks de hulp en niet dankzij de hulp. Na een dag thuiszorg moet ik bijkomen.’’

Aveant is één van de vijf thuiszorgaanbieders in Utrecht. Volgens communicatiemedewerker Harm Bosma probeert Aveant zoveel mogelijk mensen een vaste hulp te geven. ,,Maar het hangt af van de hulpvraag en de omstandigheden. In de vakantieperiodes bijvoorbeeld, moeten we wel met uitzendkrachten werken. We proberen dat echt tot een minimum te beperken.’’

Tegelijkertijd is Bosma verrast over de klachten: ,,Landelijke tevredenheidsonderzoeken geven aan dat 70 tot 80 procent van de mensen die thuis zorg ontvangen, daar tevreden over is. Natuurlijk horen wij ook wel dat mensen het vervelend vinden om verschillende gezichten over de vloer te krijgen, maar de behoefte en het aanbod sluiten niet altijd op elkaar aan.’’ Hij geeft de gemeente overigens ‘een pluim’ voor de tarieven die zij beschikbaar stelt. ,,Daar kunnen wij goed mee uit de voeten.’’

Algemeen Dagblad
12-2-09'

0 reacties: